menu

Werkhistorie (van 1963- heden)

Na de intensieve begeleiding van Joost Baljeu tijdens de twee laatste jaren van mijn studie aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, was het wennen om daarna geheel zelfstandig een eigen werk- en denkproces te ontwikkelen. Het heeft zeker een aantal jaren geduurd voordat ik los kon komen van de ‘erfenis’ van Baljeu, van zijn ontwikkeling, van zijn stempel.

Begin 70'er jaren

Begin 70'er jaren

In de 70' er jaren heb ik een periode gekend waarin mijn constructivistische schilderijen op geplastificeerd spaanplaat met synthetische lak werden geschilderd in egale dekkende kleurvlakken en / of lijnen. De vlakken werden met tape afgeplakt waarna ze in één, twee of drie verflagen, afhankelijk van het dekkend vermogen van de verf, werden ingeschilderd. Gebruik van verdunde verf was noodzakelijk.

Alleen egaal dekkende verf, zonder zichtbare kwaststrepen gaven het gewenste en nagestreefde resultaat.

Het gebruik van deze ‘industriële’ materialen gaven een hard en bijna mechanisch uiterlijk aan het werk. De beoogde exactheid in de strakke vorm was zodoende optimaal. Als nadeel bij gebruik van deze materialen kan worden aangemerkt dat beschadiging aan de verflaag of aan het spaanplaat nooit onzichtbaar kon worden gerestaureerd. Beschadiging stond vrijwel gelijk aan vernietiging van het werk.

Reliefs

ReliëfsTevens hield ik me bezig met het vervaardigen van reliëfs in hout en karton.De kennis van de techniek van het vervaardigen van reliëfs was afkomstig uit de periode van studie onder Baljeu. Na een eerste schetsfase werd een klein model op schaal vervaardigt.

In de egaal, in wit uitgevoerde reliëfs bepaalde schaduwwerking in grote mate het uiteindelijke resultaat. De reliëfs werden in witte (zijdeglans) synthetische lak uitgevoerd, vooraf gegaan door eindeloos lang schuren, plamuren en voorlakken. Perfectie in de technische uitvoering was essentieel, iedere onvolkomenheid werd als een ernstige verstoring van de harmonie ervaren.

Het arbeidsintensieve proces maakte slechts een kleine productie mogelijk. Als hinderlijk werd ervaren dat het creatieve proces zich beperkte tot de ontwerpfase.

De uitvoering was slechts ambachtelijk, saai maar noodzakelijk.

Tekening

Tekeningen

De 80 er jaren staan in het teken van het pentekenen en het vervaardigen van collages.

Het tekenen betekende een minder lang ontwikkelingsproces en ook het maken van de collages stonden een sneller werkproces toe.

De tekeningen toen werden vervaardigd op een hard, glad en helderwitte papiersoort. Gebruik werd gemaakt van de, uit de technische tekenwereld bekende, Rothring pennen in verschillende pendiktes.
In de eerste periode werd een vrije en op ritme gebaseerde lijnvoering gehanteerd, tekeningen ontstonden vrijwel zonder voorstudie. Alleen de grote vorm en indeling werden van te voren bepaald.

In een tweede daarop volgende tekenperiode werd systematiek en de systematische werkwijze van ontwerp en uitvoering onderzocht.

Collages

De collages kwamen op een vergelijkbare manier tot stand. Deels intuïtief, deels in ontwerp bepaald.

Het materiaal bestond eveneens uit hard, glad helderwit papier. Het werd beplakt met het uit de grafische ontwerperswereld bekende gekleurde Mecanorma papier. Voor het bevestigen ervan werd gebruik gemaakt van een tweezijdig aangebrachte rubbercementlijm. Het vaak helder gekleurde papier op een witte ondergrond leverde wederom een ‘industrieel uiterlijk’ aan de werken die zo ontstonden.

Shaped canvas

Een daarop volgende ontwikkeling was eveneens gebaseerd op de hiervoor omschreven techniek van synthetische lak op geplastificeerd spaanplaat.

Ditmaal werd de rechthoekige vorm van het schilderij verlaten voor een onregelmatig gevormde contour van het werk. Deze contouren werden in grote mate bepaald door de toegepaste vorm. Heldere eenvoudige kleuren in een beperkt kleurenscala waren bepalend in deze werken, de eenvoudige vormen werkten slechts als ondersteuning of stonden in dienst van de kleur. Ook in deze werken was een beschadiging aan verf of ondergrond praktisch niet te restaureren.

Acryl schilderijen op papier

Vanaf 1986 stapte ik over op het maken van schilderijen in acrylverf.

Eerst uitsluitend op, met gesso voorbewerkt, aquarelpapier. Mengmogelijkheden in acrylverf stonden een grotere verfijning van vorm- en kleurgebruik toe. Het met tape afplakken van de te schilderen vorm werd niet langer toegepast.

De gezochte vergroting van harmonische uitdrukkingsmogelijkheden en kleurverfijning werd er door bemoeilijkt. Het isoleren van één kleur tijdens het schilderen immers, liet niet zien hoe dit zich verhield in verhouding tot alle andere kleuren. Pas als de tape was verwijderd kon de harmonie met de omliggende kleuren worden beoordeeld. Onregelmatigheden, zoals reparatie van de onder het tape doorgelopen verf, leverde tevens problemen van praktische aard op.

Uit de hand geschilderde vormen

De enige oplossing was en is; de kleurvlakken met de hand in te schilderen, door het noodzakelijkerwijs gelaagd aanbrengen van de kleuren, een tijdrovend en arbeidsintensief werk. Aan de andere kant bleek dat de in lagen opgebouwde min of meer transparante kleur een grotere intensiteit opleverde. Zo werkend gaf en geeft het de mogelijkheid om een gelijkwaardig fijn afgestemde kleur- en vormharmonie te bereiken zoals bij een traditioneel geschilderd werk het geval kan zijn.

Aanpassen van een concept

Tijdens de eerste jaren van mijn in acryl geschilderde werken werd een ‘ontwerp’ op schaal en in kleur gemaakt. Dit ontwerp werd later in groter formaat uitgevoerd. Bij uitvoering werd zelden, en dan slechts in detail, afgeweken van het ontwerp.

In die jaren ontstond sterke behoefte om tijdens het schilderen de wisselwerking tussen vorm en kleur te kunnen aanpassen. Het ‘ontwerp’ werd, en wordt, nog wel met grote precisie gemaakt en op het grote formaat overgebracht. Tijdens het schilderen veroorloof ik me de vrijheid om vorm en kleur, indien gewenst, vrijelijk te veranderen. Dit alles bij voorkeur binnen de in het ontwerp vastgelegde vormen ritme- en kleurverhoudingen. Zonodig kan een heel concept worden verlaten. Zo schilderen levert het een grote mate van vrijheid van werken op, het creatieve en intuïtieve deel van het schilderen wordt niet langer beperkt tot het ontwerpproces maar is mogelijk tot aan de laatste fase van uitvoering.

Acryl op linnen

Acryl op linnen

Sinds 1989 werk ik bijna uitsluitend op linnen of op paneel. De angst die aanvankelijk bestond voor onregelmatigheid veroorzaakt door de structuur van het linnen, bleek niet terecht. Uitstraling van het werk werd directer omdat het inlijsten achter glas, noodzaak bij werken op papier, letterlijk een afstand schept t.o.v. de beschouwer. Het werk werd in toenemende mate ‘schilderachtig’.

Sinds enige jaren laat ik soms een gecontroleerde manier van ‘imperfectie’ toe. Soms is onderschildering nog voor een klein deel zichtbaar, of wordt het kleurvlak niet egaal in één kleur geschilderd maar zijn er kleurnuances zichtbaar. Een gering verloop van licht naar donker binnen één vlak komt met regelmaat voor.

Deze traditionele schilderachtige elementen zullen de totaal gecontroleerde harmonie van vorm en kleur, de ‘eenvoud’ en totale beheersbaarheid van het gehele beeld nooit mogen aantasten. Het is er, maar het is er ook bijna niet.

Absolute voorwaarde blijft echter altijd dat het analytische karakter van het werk en de werkmethode in stand blijven.

Verruiming van expressie mogelijkheden

Verruiming

VerruimingNa ruim 35 jaar constructivistisch / abstract-geometrisch werk te hebben gemaakt in uitsluitend horizontale-, verticale- en diagonale vormen, ben ik in 2002 begonnen met het toepassen van enkele cirkelsegmenten in mijn werk. Het geeft een vergroting van de uitdrukkingsmogelijkheden.

Opnieuw speelt nu het proces en de problematiek rond ruimtelijke beleving van het werk en de toepassing van de restvorm een rol.

In het verlengde van deze nieuwe ontwikkeling wordt 2003 begonnen met het incidenteel gebruik van ellipsvormen in een werk.

Kolommen

In 2006 ontstaan de eerste "kolommen". 200 cm. lange houten zuilen. Zij zijn beplakt met schilderslinnen dat met acrylverf aan drie zijden beschilderd is.

Door de daadwerkelijke ruimte van de kolom ontstaat nu een ruimtelijke vorm van schilderkunst. Een derde dimensie wordt zo toegevoegd, het werk is niet meer van één standpunt te overzien. Om het totale werk te kunnen beschouwen moet de kijker zich verplaatsen.

Ook voor mij als schilder is een geheel nieuwe problematiek ontstaan. Hoe om te gaan met twee blikvelden, de verticale lengte en de ruimtelijkheid van de kleurvlakken die vaak twee zijden van het werk omvatten.



Henk van Trigt, 2008